In juni vier ik mijn jubileum, vijf jaar alweer, vijf jaar!
Vijf jaar geleden rond deze tijd stond ik in Sri Lanka, in de modder, met meer doden dan levenden om me heen. Vijf jaar geleden greep ik met beide handen de mogelijkheid aan om in Sri Lanka post- tsunami echt een verschil te maken. Ik woonde en werkte als expat in London, maar miste iets. Wat het was, daar had ik geen idee van. Maar wat het niet was, dat wist ik dan weer wel heel goed.
Met een flinke zak geld en een dosis geluk kwam ik de juiste mensen tegen om in korte tijd tientallen hotel eigenaren te helpen om hun bestaan weer op te bouwen.
Op de motor met mijn tolk tegen mij aan gedrukt bezoek ik de verschillende projecten langs de zuidkust. Ook die avond ben ik onderweg. Zonder tolk, dat dan weer wel.
Men zegt dat er twee vrachtwagens in een inhalingsmaneuvre bezig waren.
Men zegt dat achter die vrachtwagen een minibusje zat. Ook op mijn helft.
Men zegt ook dat de politie niet geloofde dat er iemand levend uit dat wrak was gekomen.
Ik denk dat zelfs de doktoren dat niet geloofden.
Liggend op de achterbank van een minibusje, in een andere wereld, beter dan de wereld waar ik op dat moment in verkeerde, veel beter, zachter, een fles gin tegen mijn mond, een hand als steun onder mijn been, weer een onder mijn hoofd, een derde hand doet verwoede pogingen om onder mijn t-shirt te komen. Nog een hand uit het raam, schreeuwend, druk gebarend. Ik zak weer weg.
Een week intensive care, vijf weken ziekenhuis en elf uur met een besnorde verpleeger in een vliegtuig later ben ik weer thuis. Thuis in de meest ‘thuis vorm’ die je je kunt voorstellen. Thuis, bij mijn ouders, een liefdevolle plek, maar niet eigen, beperkte bewegingsmogelijkheden, dertien helende botten, met mijn verhuisdozen in de kelder en een hoofd dat niet meer weet dat linksom links is, en rechtsom rechts. Teveel verdoving, gelukkig trekt dat bij. Maar het niet kunnen meedoen met de wereld om me heen valt me zwaar.
Na een jaar vlieg ik uit.
Amsterdam.
Ging mijn leven altijd in de vijfde versnelling, ben ik blij dat er een zesde bestaat! Het werk bij een onderzoeks bureau hartje amsterdam met jonge go-getters doet mijn zelfvertrouwen goed, ik weet weer dat ik leef. Advies geven aan bedrijven over hoe ze hun medewerkers tevreden moeten houden gaat me prima af. Ik zie namelijk wat er niet leuk kan zijn maar weet tevens hoe de rauwe vrijheid smaakt.
Het wereldse blijft trekken, ik wil reizen, ik wil bewegen, ik wil zien en ervaren. Ik wil, wederom, een verschil maken. Sterker nog dan voorheen. Een voetptint achterlaten, zelfs de kleinste bijdrage zal goed genoeg zijn. Het voelt als een schuld, een schuld aan het leven. Maar een prettige schuld. Een die je graag verheffen wilt.
Na een aanlokkelijk aanbod uit mijn oude branch, olie en gas, verlaat ik in goed overleg het pand op de Singel om een nieuw avontuur aan te gaan. Het is nu drie en half jaar later. Ondertussen zo verknocht aan vrienden en familie om me heen dat een baan in Nederland het enige logische antwoord is. Een baan waarin ik kan reizen, veel en vaak, maar toch mijn basis in Nederland heb. Ondertussen ben ik namelijk stiekem een beetje verliefd, op mijn vrienden dan... en de stad Amsterdam.
Maar niet voordat ik nog even een paar maanden weg ga. En zo zit ik niet veel later gelukzalig aan een bar op straat in Luang Prabang. De nachtelijke rust wordt verstoord door een groep Finnen. Die ken ik nog niet. Ik word omringd. Ze zijn bezig met een groot project in Microkrediet. Om nu juist dat verschil te maken. Naast hun eigen werk.
Een platform dat geprogrammeerd wordt zal de link zijn tussen ‘do-gooders’ en ‘go-getters’. Social media met social responsibility. Een platform waar mensen de mogelijkheid hebben geld te geven aan ondernemers in ontwikkelingslanden, aan de armsten der armsten. Deze mensen ontvangen het geld als een lening, via lokale gerenomeerde micro financierings instituten. Wanneer het geld wordt terugbetaald, tegen schappelijke tarieven, kan dit geld wederom worden ingezet, voor een andere ondernemer, keer op keer. Micro. Waarbij deze geldschieters actief feedback krijgen over de verschillende projecten en real-time met elkaar van gedachten kunnen wisselen.
Een social facebook dus. Mooi!
Ik hou van micro, zeker als het vrouwen helpen betreft; ik geloof ook in het meedenken met anderen, het ‘connecten’, we wisselen onze gegevens uit en nemen afscheid. ‘We noemen het het BRAZ platform’, roepen ze nog, voordat ze in de duisternis verdwijnen.
BRAZ, dat schurkt erg aan tegen Brasz, mijn achternaam dus, mmmmm, interesting. Dertien maanden later hebben we stichting Braz opgezet in Nederland, tien vrijwilligers werken mee, er zijn afspraken gemaakt met micro krediet organisaties, we hebben een webiste, een goed werkend betalingssysteem, een startende community, fans en vrienden en plannen te meer.
Ik heb nu twee banen, een betaald en een onbetaald. Het voelt als een balans. Tegelijkertijd voelt het ook als een achtbaan waar de veiligheidsgordel niet werkt, maar daar kom je dan wel pas achter als je net op het punt staat om over de kop te gaan. Maar vreemd genoeg voelt de mogelijkheid om te vallen, te falen, niet als een gitzwarte wolk die me doet besluiten om binnen te blijven. De mogelijkheid om te falen is niet half zo erg als het niet meer kunnen falen. Het niet meer kunnen meedoen.
Check it out: www.brazworld.org
En word lid, doneer, help ons de start-up fase door!
Je zult van ons horen!
Marjolein
Laat een berichtje achter, vinden we leuk!
Berichtjes