Ik heb sinds enige maanden een deal met mijn dochter van veertien. Zij kookt, dat kan ze beter dan ik, ze vindt het leuk ook (de kinderbescherming heeft het niet opgenomen in het artikel 'verboden kinderarbeid', dus ik ben helemaal legaal) en ik ruim af en pak de vaatwasser in. Heerlijk om thuis te komen van je werk, de deur open te doen en de geur van lekker eten op te snuiven. Je lieve pubermeisje druk bezig in de keuken te zien. Haar best aan het doen om het aanrecht zo netjes mogelijk achter te laten voor mij. Wat wil een alleenstaande moeder nog meer? (Euh 'heb je even?')

‘Wil je koffie?’ vraagt Roos' moeder en ze zwiert via het kookeiland naar de mega-mocca-cappu-spresso-machine. Ik probeer mijn mond dicht te houden terwijl ik vol verbazing naar het apparaat staar, dat net zo groot is als mijn koelkast.

Een dag voor mijn 35e verjaardag werd ik zwetend wakker na een vreselijke nachtmerrie. Ik droomde dat ik, eenzaam op een aftandse woonboot in Amsterdam, een kattenpensionnetje dreef, mentholsigaretten rookte en kort roodgeverfd haar had.

'Religie zou haar wel eens kunnen helpen'’ zegt de kinderpsychiater. Versta ik haar nu goed? Zegt ze echt 'religie'? Ik vraag hoe we onze dochter kunnen helpen minder angstig te zijn en de dokter schrijft geloof voor? 'Ik weet niet of jullie daar iets mee kunnen?' Mijn gezicht spreekt blijkbaar boekdelen.

Het is vrijdagavond. Oudste is naar een verjaardag en jongste zwoegt voor de laatste loodjes voor het felbegeerde zwemdiploma, onder begeleiding van papa. Middelste en ik zijn samen thuis. Ik besluit dat we samen gaan badderen, heerlijk ontspannend en tegelijkertijd vind ik het altijd knus, zo samen in de badkamer. Zingend lopen we de trap op met zijn twee.

Terwijl tien uitgelaten meisjes in balletpakjes op en neer aan het springen waren, vertelde één van de moeders van de meisjes me dat ze erg trots op zichzelf was. Nou, dan heb je mijn aandacht! Schuld en spijt zijn begrippen die beter bij mijn belevingswereld passen, dus respect, respect voor trotse mensen.

(Of wat er met mannen gebeurt als ze na een avondje zaalvoetballen te lang aan de toog blijven hangen)

 

 

Kijk, het kan natuurlijk altijd. Verkering. Je moet er gewoon moeite voor doen, wat tijd in de zoektocht investeren en dan, echt, dan is het zo voor elkaar. Tja, met een drukke baan, fijn sociaal leven en een inner drive om daarbij niks maar dan ook niks te missen, kom je daar gewoon niet altijd aan toe. Logisch dat je geen vriend hebt. En prima ook, prima. Maar dan opeens begint het.

Mijn Canadese oud-collega James vroeg me ooit, terwijl hij in Amsterdam een paar fietsende meisjes nastaarde:

“Is there a law against fat and ugly women in the Netherlands? Is it illegal for them to leave their house or something?”

Ik heb de laatste weken vaak glimlachend moeten terugdenken aan James en de herinnering aan zijn verbaasde hoofd. Een week of zes geleden ben ik van Engeland naar Amsterdam terugverhuisd, en behalve van de voorspelbare terugkeerfavorieten als boodschappen van de Appie en broodjes frikandel geniet ik sindsdien vooral van een onverwachte herontdekking:

De Nederlandse vrouw.

De sportschool is een eigenaardig wereldje. Nu ik al een aantal jaren stevig train, zou je denken dat ik wel gewend ben aan het sportschoolgedrag. Maar niets is minder waar: ik blijf me verbazen. Neem nou de sportende man.

Zodra mannen een sportschool betreden, barst de oermens in hen los. Ze zijn luidruchtig, lopen breed en hoe groter hun aantal, hoe kleiner de laatste restjes beschaving lijken te worden. Terwijl ze elkaar stoer bijpraten over hun laatste veroveringen, smijten ze vloekend met de net iets te zware dumbels of drukken ze hevig kreunend een halter in de hoogte. Vervolgens rollen ze met hun spierballen en spannen ze, zichzelf bewonderend in de spiegel, het sixpack nog eens goed aan.